
Eergisteren toonde ik de narcis die ik gehaakt had volgens
dit patroon. Toevallig las ik gisteren op
deze site met vertaalde brei- en haaktermen dat dezelfde haaktermen in de VS en de UK verschillende dingen betekenen. Zo is dc (double crochet) in de UK een vaste en in de US een stokje. Daarom leek 'mijn' narcis niet echt op het voorbeeld! Om zeker te zijn dat ik de bloem nu juist zou haken, heb ik het patroon vertaald. En het zou zonde zijn als die moeite alleen voor mijzelf was. Hier dus het patroon van de gehaakte narcis, met dank aan de oorspronkelijke ontwerpster.
Nodig:- Geel, wit en groen haakgaren
- Haaknaald
Gebruikte steken:- halve vaste
- vaste
- half stokje
- stokje
- dubbel stokje
- driedubbel stokje
- picot (1 vaste, 3 lossen, 1 vaste in dezelfde steek)
Werkwijze1
KELK (wit of geel)
Begin met het witte of gele garen. Maak een ketting van 4 lossen en sluit de cirkel met een halve vaste in de eerste losse.
1e toer: 3 lossen, 11 stokjes in de cirkel, sluiten met 1 halve vaste op de derde losse van het begin (12).
2de toer: 3 lossen, 1 steek overslaan, 1 stokje in de achterste lus van elke steek, sluiten met 1 halve vaste op de derde losse aan het begin.
3de toer: 3 lossen, 1 steek overslaan, 1 stokje in elke steek, 1 halve vaste op de derde losse aan het begin.
4de toer: 2 lossen, 1 vaste in de eerste steek, *2 lossen, 1 vaste in de volgende steek, herhaal vanaf *, 2 lossen, sluit met een halve vaste in de eerste losse van de eerste 2 lossen. Gele/witte draad afhechten.
2) BLOEMBLAADJES (geel)
5de toer: Hecht de gele draad met een halve vaste aan de voorste lus van een willekeurige steek van de eerste toer, 2 lossen, sla de volgende steek over, *1 vaste in de volgende steek, 2 lossen, sla de volgende steek over, herhaal vanaf *. Sluit met een halve vaste in de eerste vaste (je hebt nu 6 boogjes).
6de toer: halve vaste in het eerste boogje, *2 lossen, 1 dubbel stokje, 3 drievoudige stokjes, 1 dubbel stokje, 2 lossen, 1 vaste in het zelfde boogje, halve vaste in volgend boogje*, herhaal vanaf * tot je 6 bloemblaadjes hebt.
7de toer:

*1 vaste in elk van de volgende 2 lossen, 1 vaste in elk van de volgende 2 steken, (1 vaste, picot, 1 vaste) in de volgende steek, 1 vaste in elke van de volgende 2 steken, 1 vaste in elk van de volgende 2 steken; herhaal vanaf *, sluit met een halve vaste. Draad afhechten.
3) BLADEREN (groen)
8e toer: Hecht de groene draad met een vaste aan een willekeurig ‘staafje’ van een van de steken van de 5de toer, 4 lossen, sla de volgende steek over, *1 vaste rond het ‘staafje’ van de volgende steek, 4 lossen, sla de volgende steek over, herhaal vanaf *, sluiten met een halve vaste in de eerste vaste. Je hebt nu drie boogjes.
9de toer: Herhaal de 6de toer, tot je 3 blaadjes hebt.
10de toer: 2 lossen, *1 half stokje in de top van de 2de losse, 1 half stokje in elk van de volgende 2 steken, 3 halve stokjes in de volgende steek, 1 half stokje in elk van de volgende 2 steken, 1 half stokje in de top van de 2 lossen, herhaal vanaf *, sluit met een halve vaste in het eerste halve stokje (niet in top van de 2 lossen).
11de toer: 1 losse, *1 vaste in de volgende 4 steken, (1 vaste, 3 lossen, 1 halve vaste in de derde losse, 1 vaste) in de volgende steek, 1 vaste in volgende 4 steken; herhaal vanaf * , sluit met een halve vaste in eerste vaste. Afhechten.
Nu nog een speld aannaaien en ik heb een vrolijke lentebroche ...